Naslag: betonning, borden, lichten en meer
Betonning per markering
Verder: uitleg over betonning voor je vaarbewijs
De noordcardinale markering herken je aan zwart boven geel en het topteken. Lees de betekenis, het licht en waarmee je hem verwart.
De oostcardinale markering herken je aan zwart met één brede gele band en het topteken. Lees de betekenis, het licht en waarmee je hem verwart.
De zuidcardinale markering herken je aan geel boven zwart en het topteken. Lees de betekenis, het licht en waarmee je hem verwart.
De westcardinale markering herken je aan geel met één brede zwarte band en het topteken. Lees de betekenis, het licht en waarmee je hem verwart.
De markering van een afzonderlijk gevaar is zwart met een rode band en heeft twee zwarte bollen. Zo herken je hem, en zo passeer je hem.
Veilig vaarwater is rood-wit verticaal gestreept en heeft in het BPR-gebied geen topteken. Zo herken je de markering en het verschil met een splitsing.
Borden per groep
Verder: uitleg over borden voor je vaarbewijs
Verboden of toegestaan voor motorschepen, kleine schepen, zeilschepen, roeiboten of zeilplanken: zo lees je deze borden uit bijlage 7 van het BPR.
Mag je hier aanleggen of ankeren? Zo lees je de borden A.5, A.6, A.7 en E.5, E.6, E.7 uit bijlage 7 van het BPR.
Drie gebodsborden lijken op elkaar: je naar een zijde begeven, een zijde houden of het vaarwater oversteken. Zo zie je het verschil.
Drie beperkingsborden lijken op elkaar: beperkte waterdiepte, doorvaarthoogte en breedte. Zo herken je ze en lees je het getal.
Rood-wit-rood betekent verboden, groen-wit-groen toegestaan, geel aanbevolen. Zo lees je de borden en lichten bij bruggen en sluizen.
Lichten per soort schip
Verder: uitleg over lichtvoering voor je vaarbewijs
Toplicht, boordlichten en heklicht, of een wit rondom licht: zo mag een kleine motorboot 's nachts varen volgens artikel 3.13 van het BPR.
Een kleine zeilboot heeft 's nachts drie keuzes voor zijn lichten. Zo herken je ze, en waarom een zeilboot met de motor bij als motorboot geldt.
Roeiboot, kano, kleine zeilboot, langzaam motorbootje, gesleepte of stilliggende boot: zo zit het met het witte rondom schijnende licht in het BPR.
Hoog toplicht, soms een tweede erachter, boordlichten en heklicht: zo herken je 's nachts een varend groot motorschip volgens artikel 3.08 van het BPR.
Blauw is toezicht, brandweer of redding; geel is werk in het vaarwater of een snel schip. Zo lees je de flikkerlichten uit hoofdstuk 3 van het BPR.
Wit aan de oever, twee keer wit voor anker, twee keer rood als een schip niet kan sturen. Zo lees je deze lichten uit artikel 3.18 en 3.20 van het BPR.
Gevarenpictogrammen (CLP) per symbool
Verder: alle oefenexamens B-VCA
De negen gevarenpictogrammen van de CLP-verordening, GHS01 tot GHS09: wat elk symbool betekent, hoe ze eruitzien en wat er verder op het etiket staat.
GHS01 (ontploffende bom) staat volgens de CLP-verordening voor ontplofbare stoffen, en zelfontledende stoffen en organische peroxiden van type A en B.
GHS02 (vlam) staat volgens de CLP-verordening voor ontvlambare gassen, aerosolen, vloeistoffen en vaste stoffen, en onder meer pyrofore stoffen.
GHS03 (vlam boven cirkel) staat volgens de CLP-verordening voor oxiderende gassen, vloeistoffen en vaste stoffen. Met voorbeelden uit de VCA-stof.
GHS04 (gasfles) staat volgens de CLP-verordening voor gassen onder druk: samengeperste, vloeibare, sterk gekoelde vloeibare en opgeloste gassen.
GHS05 (corrosie) staat volgens de CLP-verordening voor stoffen die corrosief zijn voor metalen, huidcorrosie veroorzaken of ernstig oogletsel.
GHS06 (doodshoofd) staat volgens de CLP-verordening voor acute toxiciteit (oraal, via de huid of bij inademing) in gevarencategorie 1, 2 en 3.
Gevarenpictogram GHS07 (uitroepteken) staat volgens de CLP-verordening onder meer voor acute toxiciteit (categorie 4) en huid- en oogirritatie.
GHS08 (gezondheidsgevaar) staat volgens de CLP-verordening onder meer voor kankerverwekkende stoffen, voortplantingstoxiciteit en aspiratiegevaar.
GHS09 (milieu) staat volgens de CLP-verordening voor gevaar voor het aquatisch milieu: acuut 1, en chronisch 1 en 2 voor gevaar op lange termijn.
Veiligheidsborden op het werk
Verder: alle oefenexamens B-VCA
Verbod: rond, rode rand en balk. Gebod: rond, blauw. Waarschuwing: gele driehoek. Redding: groen. Brandbestrijding: rood. Zo lees je elk veiligheidsbord.
Een verbodsbord zegt wat niet mag: rond, met een rode rand, een rode schuine balk en een zwart pictogram op wit. Alle acht borden uit de Arboregeling.
Alle gebodsborden uit bijlage XVIII van de Arboregeling: rond, blauw, wit pictogram. Meestal een verplicht beschermingsmiddel. Voor je VCA-examen.
Alle waarschuwingsborden uit bijlage XVIII van de Arboregeling: driehoekig, geel, zwarte rand en zwart pictogram. Per bord de naam, voor je VCA-examen.
Alle reddingsborden uit bijlage XVIII van de Arboregeling: groen, rechthoekig of vierkant, wit pictogram. Plus de rode borden voor brandbestrijding.
Taxi: maximumtarief
Verder: alle oefenexamens Taxi theorie (TVT)
Het maximumtarief voor een taxirit, geldig vanaf 1 januari 2026: € 4,31 vast, € 3,17 per kilometer en € 0,52 per minuut. Busjes en rolstoelvervoer: hoger.
Marifoon: spellingsalfabet, noodverkeer, kanalen en DSC
Verder: alle oefenexamens Basiscertificaat Marifonie
Het spelalfabet voor de marifoon: Alfa, Bravo, Charlie tot Zoulou of Zulu, en de cijfers van NADAZERO tot NOVENINE, met de uitspraak uit het handboek.
PAN PAN-melding: spoedverkeer over de veiligheid van bemanning of schip, zoals ziekte zonder direct levensgevaar. Met de stappen, MAYDAY en SECURITE.
Welke marifoonkanalen gebruik je? Kanaal 10, 16 en 70, het blokkanaal en andere vaste kanalen met hun frequentie, en wanneer je moet uitluisteren.
DSC (digitale selectieve oproep) op de marifoon: wat het is, dat het in de binnenvaart alleen vrijwillig op de grote binnenwateren mag, en kanaal 70 en 16.