Naar de inhoud
ExamenzaalStart oefenexamen

Borden oefenen voor je vaarbewijs: scheepvaarttekens per groep

De borden langs het vaarwater staan in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Ze zijn ingedeeld in groepen: verboden (A), geboden (B), beperkingen (C), aanbevelingen (D) en aanwijzingen (E). Bijkomende tekens (F) vullen een hoofdteken aan. Wie eerst de groep herkent, leest de rest van het bord makkelijker.

Hieronder zie je per groep een selectie borden met hun betekenis en de bron. Daarna controleer je je begrip met 12 oefenvragen.

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: . Zo controleren we onze vragen.

Groep A: verboden

Bijna alle tekens in groep A verbieden iets: invaren, voorbijlopen, ligplaats nemen, ankeren, meren of keren, of een bepaalde soort schip.

Groep B: geboden

Gebodstekens zeggen wat je moet doen: een richting varen, een zijde van het vaarwater houden, de snelheid beperken of bijzonder opletten.

Groep C: beperkingen

Beperkingstekens geven een beperking aan, bijvoorbeeld van de diepte, de hoogte of de breedte. Staat er bij diepte, hoogte of breedte een getal op het bord, dan is dat de beschikbare maat.

Groep D: aanbevelingen

Aanbevelingstekens geven aan welke doorvaartopening of route wordt aanbevolen.

Groep E: aanwijzingen

Aanwijzingstekens geven toestemming of informatie: waar je ligplaats mag nemen, waar je kunt keren, welk vaarwater hoofdvaarwater is.

Bijkomende tekens en twee borden boven elkaar

Een hoofdteken kan worden aangevuld met een klein bord. Boven het hoofdteken staat na welke afstand het teken geldt, in meters tenzij anders vermeld. BPR bijlage 7, teken F.1 (opent in een nieuw venster).

Naast het hoofdteken staat de richting van het vaarweggedeelte waarop het teken betrekking heeft, soms met de lengte van dat traject. BPR bijlage 7, teken F.2 (opent in een nieuw venster).

Onder het hoofdteken staat een nadere verklaring of aanwijzing, of de categorie schepen waarvoor het teken geldt. Een bord met de categorie motorschepen onder een gebod betekent dus dat het gebod alleen voor motorschepen geldt. BPR bijlage 7, teken F.3 (opent in een nieuw venster); BPR bijlage 7, teken F.4 (opent in een nieuw venster).

Zie je twee verbodsborden boven elkaar, dan geldt het verbod voor langere duur. Hetzelfde geldt voor twee lichten of vlaggen boven elkaar. BPR bijlage 7, voetnoot bij groep A (opent in een nieuw venster).

Bruggen, sluizen en stuwen

Bij kunstwerken kunnen drie tekens met lichten of met borden worden gegeven. Rode vaste lichten of rood-wit-rode rechthoekige borden betekenen: in-, uit- of doorvaren verboden (A.1). Groene vaste lichten of groen-wit-groene rechthoekige borden betekenen: doorvaren toegestaan (E.1). Gele vaste lichten of gele ruitvormige borden wijzen een aanbevolen doorvaartopening aan (D.1). BPR bijlage 7, G (tekens aan kunstwerken) (opent in een nieuw venster).

Langs vaarwegen kun je ook kilometer- en hectometeraanduidingen tegenkomen. Die geven je positie aan; het zijn geen verboden of geboden. BPR bijlage 7, teken H.1 (opent in een nieuw venster).

Oefenvragen over borden

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg en lees waarom de andere mogelijkheden niet kloppen. Deze korte zelfcontrole heeft geen timer en geeft geen voorspelling van je examenuitslag.

  1. Vraag 1

    U zoekt een plek om af te meren en ziet dit bord aan de oever. Wat betekent het?

    Wit bord met rode rand en een rode schuine streep over een zwarte meerpaal.
    1. a.Ankeren is verboden aan de zijde waar het bord staat.
    2. b.Meren is verboden aan beide zijden van het vaarwater.
    3. c.Meren is verboden aan de zijde waar het bord staat.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 1

    Antwoord C: Meren is verboden aan de zijde waar het bord staat.

    Dit is teken A.7: verboden te meren aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst. Het verbod geldt dus niet voor beide oevers. Het verbod om te ankeren is een ander teken (A.6).

  2. Vraag 2

    U vaart op een kanaal en ziet dit bord. Wat moet u doen?

    Wit bord met rode rand en een zwarte verticale balk in het midden.
    1. a.U moet bijzonder opletten.
    2. b.U moet vóór het bord stilhouden.
    3. c.U moet een geluidssein geven.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 2

    Antwoord A: U moet bijzonder opletten.

    Dit is gebodsteken B.8: de verplichting bijzonder op te letten. Het gebod een geluidssein te geven is teken B.7. De verplichting om vóór het bord stil te houden is teken B.5 en geldt onder bepaalde omstandigheden.

  3. Vraag 3

    Bij een sluis ziet u twee borden 'in-, uit- of doorvaren verboden' boven elkaar. Wat betekent het dat er twee borden boven elkaar staan?

    1. a.Het verbod geldt voor langere duur.
    2. b.Het verbod geldt voor beide vaarrichtingen.
    3. c.Het verbod geldt alleen voor grote schepen.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 3

    Antwoord A: Het verbod geldt voor langere duur.

    Bijlage 7 vermeldt bij de verbodstekens dat twee boven elkaar geplaatste borden, lichten of vlaggen een verbod van langere duur aangeven. Het tweede bord zegt dus iets over de duur van het verbod, niet over de vaarrichting of over de grootte van de schepen.

  4. Vraag 4

    U vaart op een rivier en ziet dit bord. Wat moet u doen?

    Wit bord met rode rand en een zwarte pijl die schuin naar rechtsboven over het bord loopt.
    1. a.Het vaarwater oversteken naar bakboord.
    2. b.Het vaarwater oversteken naar stuurboord.
    3. c.De stuurboordszijde van het vaarwater houden.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 4

    Antwoord B: Het vaarwater oversteken naar stuurboord.

    Dit is gebodsteken B.4.b: de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord. B.4.a is het spiegelbeeld en betekent oversteken naar bakboord. De stuurboordszijde houden is een ander gebod (B.3.b).

  5. Vraag 5

    U vaart op een smal kanaal en ziet dit bord. Wat betekent het?

    Wit bord met rode rand en twee zwarte pijlen, links omlaag en rechts omhoog.
    1. a.Voorbijlopen is verboden, ontmoeten mag wel.
    2. b.Ontmoeten en voorbijlopen zijn allebei verboden.
    3. c.Ontmoeten is verboden, voorbijlopen mag wel.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 5

    Antwoord B: Ontmoeten en voorbijlopen zijn allebei verboden.

    Dit is teken A.4: ontmoeten en voorbijlopen verboden. Bij dit bord zijn ontmoeten en voorbijlopen dus allebei verboden. Een bord dat alleen voorbijlopen verbiedt, is een ander teken (A.2).

  6. Vraag 6

    U ziet dit bord bij de ingang van een zijwater. Voor welke schepen geldt het verbod?

    Wit bord met rode rand en een rode schuine streep over het woord sport.sport
    1. a.Voor zeilschepen.
    2. b.Voor motorschepen.
    3. c.Voor kleine schepen.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 6

    Antwoord C: Voor kleine schepen.

    Dit is teken A.13 uit bijlage 7 van het BPR: verboden voor kleine schepen. Het verbod voor motorschepen is een ander teken (A.12), net als het verbod voor zeilschepen (A.15).

  7. Vraag 7

    U ziet dit bord langs een kanaal. Wat geeft het aan?

    Blauw bord met witte draaipijlen.
    1. a.Een plaats waar u ligplaats mag nemen.
    2. b.Een plaats waar u mag keren.
    3. c.Een plaats waar keren verboden is.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 7

    Antwoord B: Een plaats waar u mag keren.

    Dit is aanwijzingsteken E.8: plaats om te keren. Het verbod om te keren is een ander teken: verbodsteken A.8. Toestemming om ligplaats te nemen is teken E.5.

  8. Vraag 8

    U ziet dit bord bij de ingang van een haven. Wat betekent het getal 220 op het bord?

    Wit bord met rode rand, onderaan een zwarte driehoek met de punt naar boven en daarboven het getal 220.220
    1. a.De beperking begint 220 meter na het bord.
    2. b.De beschikbare waterdiepte is 220 centimeter.
    3. c.De beschikbare doorvaarthoogte is 220 centimeter.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 8

    Antwoord B: De beschikbare waterdiepte is 220 centimeter.

    Dit is beperkingsteken C.1: beperkte waterdiepte. Het getal geeft de beschikbare diepte aan in centimeters, hier dus 2,20 m. Een beperkte doorvaarthoogte is teken C.2; die wordt in meters aangegeven. Een afstand waarna een teken geldt, staat op een apart bord boven het hoofdteken (F.1).

  9. Vraag 9

    Boven een bord met een maximumsnelheid hangt een klein bord met de tekst 600 m. Wat betekent dat?

    1. a.De snelheidsbeperking geldt pas na 600 m.
    2. b.De snelheidsbeperking geldt tot 600 m uit de oever.
    3. c.De snelheidsbeperking geldt over 600 m lengte.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 9

    Antwoord A: De snelheidsbeperking geldt pas na 600 m.

    Een bord boven het hoofdteken is een afstandsaanduiding (F.1). Het vermeldt na welke afstand het hoofdteken geldt, in meters tenzij anders vermeld. De snelheidsbeperking begint dus 600 m verder. Het bord zegt niets over de lengte van het traject of over de afstand tot de oever.

  10. Vraag 10

    Onder een hoofdteken hangt een klein bord dat de categorie motorschepen aangeeft. Wat betekent dat?

    1. a.Het hoofdteken geldt alleen voor motorschepen.
    2. b.Motorschepen moeten hier extra voorzichtig varen.
    3. c.Het hoofdteken geldt voor alle schepen behalve motorschepen.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 10

    Antwoord A: Het hoofdteken geldt alleen voor motorschepen.

    Een bord onder het hoofdteken met een categorie is een categorieaanduiding (F.4). Het geeft aan voor welke categorie het hoofdteken geldt, hier dus alleen voor motorschepen. Het maakt geen uitzondering voor die categorie en het is geen algemene waarschuwing.

  11. Vraag 11

    U vaart over een vaarwater en ziet dit bord langs de oever. Wat betekent het?

    Blauw bord met een breed wit kanaal van onder naar boven dat wordt gekruist door een smaller wit kanaal.
    1. a.Hier mondt een zijwater uit dat verboden is voor alle schepen.
    2. b.Uw vaarwater is hoofdvaarwater ten opzichte van het vaarwater dat erin uitmondt.
    3. c.Uw vaarwater is nevenvaarwater ten opzichte van het vaarwater waarin het uitmondt.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 11

    Antwoord B: Uw vaarwater is hoofdvaarwater ten opzichte van het vaarwater dat erin uitmondt.

    Dit is aanwijzingsteken E.9.a. Het vaarwater dat u volgt, geldt als hoofdvaarwater ten opzichte van het vaarwater dat erin uitmondt. Bij teken E.10 is het gevolgde vaarwater juist het nevenvaarwater. Over een verbod om het andere vaarwater op te varen zegt dit teken niets.

  12. Vraag 12

    Bij een sluis of beweegbare brug ziet u bij de doorvaartopening groen-wit-groene rechthoekige borden. Wat betekenen die?

    1. a.In-, uit- of doorvaren is verboden.
    2. b.Deze doorvaartopening wordt aanbevolen.
    3. c.In-, uit- of doorvaren is toegestaan.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 12

    Antwoord C: In-, uit- of doorvaren is toegestaan.

    Bij kunstwerken zoals sluizen en bruggen kan teken E.1 (in-, uit- of doorvaren toegestaan) worden gegeven met groene vaste lichten of met groen-wit-groene rechthoekige borden. Het verbod A.1 gebruikt rood-wit-rode rechthoekige borden. Een aanbevolen doorvaartopening (D.1) wordt aangegeven met gele ruitvormige borden.

Klaar met deze 12 vragen?

Test je kennis in een volledig oefenexamen: 40 vragen in 60 minuten, over alle onderwerpen van het examen. Je uitslag bekijk je met volledige toegang; wat dat kost, zie je voordat je begint.

Start oefenexamen 1

Veelgestelde vragen en bronnen

Wat betekenen twee borden boven elkaar?

Bijlage 7 zegt dat twee boven elkaar geplaatste borden, lichten of vlaggen een verbod van langere duur aangeven. Het tweede bord gaat dus over de duur van het verbod, niet over een extra regel.

Waar eindigt een verbod of gebod?

Teken E.11 geeft het einde aan van een verbod of gebod dat voor één richting geldt, of het einde van een beperking.

Wat betekent een klein bord boven, naast of onder het hoofdteken?

Een bord boven het hoofdteken geeft aan na welke afstand het teken geldt, in meters tenzij anders vermeld. Een bord naast het hoofdteken geeft de richting van het vaarweggedeelte aan waarop het teken betrekking heeft. Een bord eronder geeft een nadere verklaring of de categorie schepen waarvoor het teken geldt.

Hoe zie je bij een brug of sluis of je mag doorvaren?

Bij kunstwerken kan een verbod om door te varen (A.1) worden gegeven met rode vaste lichten of rood-wit-rode rechthoekige borden. Toestemming (E.1) krijg je met groene vaste lichten of groen-wit-groene rechthoekige borden. Een aanbevolen doorvaartopening (D.1) wordt aangegeven met gele vaste lichten of gele ruitvormige borden.

Waar deze uitleg op steunt

De officiële bron is BPR bijlage 7. De uitleg is door Examenzaal opgesteld; de tekeningen zijn nagetekend naar de officiële afbeeldingen. De bronkoppelingen hieronder verwijzen naar de gebruikte tekstversie van 17 juni 2026.

Zie je een fout of een onduidelijke uitleg? Laat het ons weten en vermeld het teken of vraagnummer. Lees ook hoe ons oefenmateriaal wordt gemaakt en gecontroleerd.

Oefen ook de volledige examenopbouw

Borden zijn één onderdeel. Bekijk bij Klein Vaarbewijs 1 de andere examenonderdelen, de tijd en de puntentelling. Je uitslag bekijk je met volledige toegang; wat dat kost, zie je voordat je aan een oefenexamen begint.