Naar de inhoud
ExamenzaalStart oefenexamen

Betonning oefenen voor je vaarbewijs: boeien en bakens

Betonning helpt je het vaarwater te herkennen. Voor je vaarbewijs leer je wat de kleur, vorm en het topteken van een boei betekenen. Laterale betonning geeft de zijden van het vaarwater aan. Cardinale betonning noemt de kompasrichting waarlangs je de markering moet passeren.

Deze les volgt bijlage 8 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Vergelijk hieronder de tekens en controleer daarna je begrip met 8 oefenvragen. De uitleg gaat over het BPR-gebied; op andere wateren kan een ander stelsel gelden.

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: . Zo controleren we onze vragen.

Begin met de kijkrichting, niet met je eigen koers

Bij rood en groen moet je eerst weten wat rechts en links van het vaarwater betekenen. Dat is iets anders dan bakboord en stuurboord van je schip. Het BPR kiest een vaste kijkrichting. Op een rivier kijk je daarvoor stroomafwaarts; in getijgebied noemt de bron de richting van de ebstroom. Op zijvaarten en zijgeulen kijk je in de richting van de hoofdvaarweg of hoofdgeul.

Voor kanalen, meren en andere wateren beschrijft bijlage 8 eigen uitgangspunten. Zo wordt op de randmeren van Flevoland gerekend vanaf Amsterdam. Gebruik daarom geen ezelsbrug die doet alsof de kijkrichting op elk water hetzelfde wordt bepaald. Bij onduidelijke gevallen stelt de vaarwegbeheerder vast wat rechts en links is.

Let ook op het woord betonningsrichting: de bron waarschuwt dat de hier beschreven richtingen tegengesteld zijn aan het begrip dat in maritieme publicaties wordt gebruikt. Meng die termen niet zonder te controleren welk stelsel wordt bedoeld. BPR bijlage 8, § 1.2 (opent in een nieuw venster).

Rechter- en linkerzijde op een rivier volgens de BPR-kijkrichtingIn bovenaanzicht stroomt de rivier naar de bovenkant van de tekening. Wie in die stroomafwaartse richting kijkt, ziet de groene spitse boei links en de rode stompe boei rechts. Die vaste zijden veranderen niet als een schip omkeert.LinksRechtsStroomafwaartsVaste kijkrichting BPR
Schematisch bovenaanzicht van een rivier. De pijl geeft de stroomafwaartse kijkrichting aan, niet een verplicht te varen koers. Bron: BPR bijlage 8, § 1.2 (opent in een nieuw venster).

Voorbeeld: je keert om op de rivier

Je vaart eerst stroomafwaarts. De rode markering van de rechterzijde ligt dan rechts van je schip. Na het omkeren vaar je stroomopwaarts en ligt diezelfde rode zijde links van je schip. De boei is niet van betekenis veranderd: alleen jouw vaarrichting is veranderd.

Laterale betonning: rood en groen

Kijk naar meer dan alleen de kleur. De vorm en het topteken geven aanvullende herkenningspunten.

  • Rechterzijde: rood en stomp

    Rode, stompe boei of ton. Het topteken is, als het aanwezig is, een rode cilinder.

    Rode, stompe boei of ton. Het topteken is, als het aanwezig is, een rode cilinder.

    Markeert de rechterzijde volgens de vaste kijkrichting van het BPR. Een boei of ton met kenteken heeft de beginletters van het vaarwater en een even nummer; voor oevermarkering gelden andere nummerregels.

    BPR bijlage 8, § 2.1.1 (opent in een nieuw venster)

  • Linkerzijde: groen en spits

    Groene, spitse boei of ton. Het topteken is, als het aanwezig is, een groene kegel met de punt omhoog.

    Groene, spitse boei of ton. Het topteken is, als het aanwezig is, een groene kegel met de punt omhoog.

    Markeert de linkerzijde volgens de vaste kijkrichting van het BPR. Een boei of ton met kenteken heeft de beginletters van het vaarwater en een oneven nummer; voor oevermarkering gelden andere nummerregels.

    BPR bijlage 8, § 2.1.2 (opent in een nieuw venster)

Niet elke boei draagt een afzonderlijk topteken. Als de vorm van het markeringsvoorwerp de vereiste stompe, spitse of bolvorm niet aangeeft, wordt die vorm met een topteken aangeduid. Ga dus niet uit van één vast silhouet voor alle uitvoeringen. De tekeningen hierboven laten herkenbare voorbeelden zien. BPR bijlage 8, § 1.3.1 (opent in een nieuw venster).

Cardinale betonning: de naam noemt de passeerzijde

Noord, oost, zuid en west verwijzen naar kompasrichtingen, niet naar links of rechts vanaf je stuurpositie.

Een noordcardinale markering passeer je aan de noordzijde; een oostcardinale aan de oostzijde. Dat blijft zo als je van de andere kant nadert. De kenmerkende toptekens zijn steeds twee zwarte kegels. Let op de richting van de punten en op de zwarte en gele vlakken. BPR bijlage 8, § 6.1 (opent in een nieuw venster).

Voorbeeld: een oostcardinale boei recht vooruit

Uit alleen recht vooruit weet je nog niet of je links of rechts moet sturen. Bepaal eerst waar oost ligt ten opzichte van de boei en je positie. Het teken zegt dat je aan de oostzijde moet passeren; het schrijft geen algemene draai naar bakboord of stuurboord voor.

Splitsingen, gevaren en bijzondere markeringen

  • Splitsing: gelijk belang

    Rood-groen horizontaal gestreept, met een rood-groene bol als topteken.
    Tekening volgens het BPR
    Foto van hetzelfde op het water
    Foto: S.J. de Waard, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

    Rood-groen horizontaal gestreept, met een rood-groene bol als topteken.

    Geeft de scheiding of samenkomst van vaarwaters van gelijk belang aan.

    BPR bijlage 8, § 2.1.3 (opent in een nieuw venster)

  • Hoofdvaarwater links

    Rood boven groen, met een rode cilinder. De tekening toont een bolvormige boei; op een sparboei, drijfbaken of kopbaken komt daar een rode bol bij.

    Rood boven groen, met een rode cilinder. De tekening toont een bolvormige boei; op een sparboei, drijfbaken of kopbaken komt daar een rode bol bij.

    Bij de splitsing ligt het hoofdvaarwater links volgens de vaste kijkrichting van het BPR.

    BPR bijlage 8, § 2.1.3 (opent in een nieuw venster)

  • Hoofdvaarwater rechts

    Groen boven rood, met een groene kegel. De tekening toont een bolvormige boei; op een sparboei, drijfbaken of kopbaken komt daar een groene bol bij.
    Tekening volgens het BPR
    Foto van hetzelfde op het water
    Foto: AgainErick, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

    Groen boven rood, met een groene kegel. De tekening toont een bolvormige boei; op een sparboei, drijfbaken of kopbaken komt daar een groene bol bij.

    Bij de splitsing ligt het hoofdvaarwater rechts volgens de vaste kijkrichting van het BPR.

    BPR bijlage 8, § 2.1.3 (opent in een nieuw venster)

  • Afzonderlijk gevaar

    Zwart met een brede rode horizontale band. Twee zwarte bollen boven elkaar.

    Zwart met een brede rode horizontale band. Twee zwarte bollen boven elkaar.

    Geeft een losliggend gevaar van beperkte afmeting aan, dat op voldoende afstand rondom passeerbaar is. Het teken geeft geen vaste passeerafstand in meters.

    BPR bijlage 8, § 6.2 (opent in een nieuw venster)

  • Veilig vaarwater

    Rood-wit verticaal gestreept. In het BPR-gebied zonder topteken, zodat deze markering van een scheidingsmarkering te onderscheiden is.

    Rood-wit verticaal gestreept. In het BPR-gebied zonder topteken, zodat deze markering van een scheidingsmarkering te onderscheiden is.

    Geeft een positie aan waar rondom veilig genavigeerd kan worden, bijvoorbeeld het midden van een vaarwater of een aanlooppositie.

    BPR bijlage 8, § 6.3 (opent in een nieuw venster)

  • Bijzondere markering

    Geel. Het topteken kan een geel liggend kruis zijn; de vorm kan verschillen.

    Geel. Het topteken kan een geel liggend kruis zijn; de vorm kan verschillen.

    Markeert een gebied of voorwerp met een bijzondere bestemming. De specifieke betekenis staat doorgaans in nautische publicaties. Geel betekent op zichzelf dus niet altijd een verbod.

    BPR bijlage 8, § 4 (opent in een nieuw venster)

Bij een splitsing betekenen hoofdvaarwater links en rechts opnieuw de vaste zijden uit het BPR. Een rode bovenhelft is dus niet zomaar een opdracht om vanuit elke aanvaarrichting linksaf te slaan. Bij bijzondere markering moet je het doel van het gebied en eventuele aanvullende tekens nagaan. BPR bijlage 8, § 2.1.3 (opent in een nieuw venster); BPR bijlage 8, § 4 (opent in een nieuw venster).

Overdag en in het donker

Overdag lees je de vorm, het topteken en de kleur. In het donker kijk je naar de kleur en het karakter van het licht: hoe het schijnsel en de verduistering elkaar afwisselen. Niet iedere boei heeft een licht. BPR bijlage 8, § 1.3 (opent in een nieuw venster); BPR bijlage 8, § 1.3.3 (opent in een nieuw venster).

Controleer bijvoorbeeld of je twee kegels of twee bollen ziet, en of strepen horizontaal of verticaal lopen. Twee bollen horen bij een afzonderlijk gevaar; twee kegels bij cardinale markering. Rood-groen horizontaal bij een splitsing is iets anders dan rood-wit verticaal bij veilig vaarwater. Gebruik alle kenmerken samen om je eerste indruk te controleren.

Oefenvragen over betonning

Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg en lees waarom de andere mogelijkheden niet kloppen. Deze korte zelfcontrole heeft geen timer en geeft geen voorspelling van je examenuitslag.

  1. Vraag 1

    U keert op een vrijstromende rivier om en vaart terug. Wat gebeurt er daardoor met de aanduiding rechteroever in bijlage 8 van het BPR?

    1. a.De rechteroever wisselt alleen wanneer u tegen de stroom in vaart.
    2. b.De rechteroever blijft dezelfde, bepaald in stroomafwaartse richting.
    3. c.De rechteroever wisselt, omdat u de andere kant op kijkt.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 1

    Antwoord B: De rechteroever blijft dezelfde, bepaald in stroomafwaartse richting.

    De rechter- en linkerzijde van een rivier worden in bijlage 8 bepaald door een waarnemer die stroomafwaarts kijkt. Uw eigen koers verandert die vaste kijkrichting niet. Na het omkeren kan dezelfde oever wel aan een andere zijde van uw schip liggen. Bakboord en stuurboord gaan over uw schip; rechter- en linkeroever in deze bron gaan over de vastgelegde kijkrichting.

  2. Vraag 2

    De afgebeelde cardinale boei heeft twee zwarte kegels met de bases naar elkaar toe. Aan welke zijde van deze boei moet u volgens de betekenis van dit teken passeren?

    Een zwart-geel-zwarte boei met twee zwarte kegels, de bases naar elkaar toe.
    1. a.Aan de westzijde.
    2. b.Aan de oostzijde.
    3. c.Aan de noordzijde.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 2

    Antwoord B: Aan de oostzijde.

    Twee kegels met de bases naar elkaar toe horen bij de oostcardinale markering. De naam van een cardinale markering geeft tevens de zijde aan waarlangs u haar moet passeren. Hier is dat de oostzijde. Bij noord wijzen beide kegelpunten omhoog; bij west wijzen de punten naar elkaar toe. De juiste zijde hangt dus niet af van de richting waarin u de boei nadert.

  3. Vraag 3

    U zoekt een zuidcardinale markering. Welke combinatie van kleur en topteken hoort daarbij?

    1. a.Zwart boven geel; beide zwarte kegelpunten omhoog.
    2. b.Geel boven zwart; beide zwarte kegelpunten omlaag.
    3. c.Geel-zwart-geel; de zwarte kegelpunten naar elkaar toe.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 3

    Antwoord B: Geel boven zwart; beide zwarte kegelpunten omlaag.

    De zuidcardinale markering is geel boven zwart en heeft twee zwarte kegels met beide punten naar beneden. Zwart boven geel met beide punten omhoog is noordcardinaal. Geel-zwart-geel met de punten naar elkaar toe is westcardinaal. De naam zuid geeft de zijde aan waarlangs u de markering moet passeren.

  4. Vraag 4

    Welke beschrijving past bij de markering van veilig vaarwater zoals bijlage 8 die voor het BPR-gebied voorschrijft?

    1. a.Rood-wit verticaal gestreept, zonder topteken.
    2. b.Rood-groen horizontaal gestreept, met een rood-groene bol.
    3. c.Geel, met een geel liggend kruis als topteken.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 4

    Antwoord A: Rood-wit verticaal gestreept, zonder topteken.

    De BPR-markering voor veilig vaarwater heeft verticale rood-witte strepen en wordt in het BPR-gebied zonder topteken toegepast. Daarmee wordt zij onderscheiden van de scheidingsmarkering. Rood-groen horizontaal met een rood-groene bol hoort bij vaarwaters van gelijk belang; geel met een liggend kruis is een bijzondere markering. De beperking tot het BPR-gebied is belangrijk: dit antwoord doet geen uitspraak over andere stelsels.

  5. Vraag 5

    De bolvormige boei op de afbeelding is groen boven en rood onder en heeft een groene kegel. Wat geeft zij aan?

    Een bolvormige boei, groen boven en rood onder, met een groene kegel.
    Tekening volgens het BPR
    Foto van hetzelfde op het water
    Foto: AgainErick, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
    1. a.Een splitsing van twee vaarwaters van gelijk belang.
    2. b.Een splitsing waarbij het hoofdvaarwater rechts ligt.
    3. c.Een splitsing waarbij het hoofdvaarwater links ligt.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 5

    Antwoord B: Een splitsing waarbij het hoofdvaarwater rechts ligt.

    Bijlage 8, 2.1.3 noemt groen boven rood met een groene kegel bij hoofdvaarwater rechts. Hoofdvaarwater links heeft rood boven groen en een rode cilinder. Bij vaarwaters van gelijk belang zijn de rood-groene banen horizontaal en is het topteken een rood-groene bol. Rechts en links verwijzen hier naar de vastgelegde richting uit bijlage 8, niet naar een willekeurige aanvaarrichting.

  6. Vraag 6

    U vaart 's nachts op een groot meer en nadert de markering van een afzonderlijk gevaar. Als deze markering een licht voert, welk licht is dat volgens bijlage 8 van het BPR?

    1. a.Wit licht met groepen van twee schitteringen.
    2. b.Wit licht als flikkerlicht of snelflikkerlicht.
    3. c.Geel licht als schitterlicht of groepschitterlicht.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 6

    Antwoord A: Wit licht met groepen van twee schitteringen.

    Bijlage 8, 6.2 geeft voor de markering van een afzonderlijk gevaar een wit licht met het karakter Fl (2): telkens een groep van twee schitteringen. De bron koppelt dat aan het topteken: twee bollen en twee schitteringen. Wit flikkerlicht of snelflikkerlicht (Q of VQ) hoort bij de cardinale markering (6.1). Geel schitterlicht of groepschitterlicht hoort bij de bijzondere markering (4).

  7. Vraag 7

    U ziet een gele boei met een geel liggend kruis als topteken. Waarvoor wordt deze markering volgens bijlage 8 van het BPR onder meer gebruikt?

    Een gele boei met een geel liggend kruis.
    1. a.Om het midden of het diepste deel van een vaarwater aan te geven.
    2. b.Om ankerplaatsen en oefen- of visserijgebieden aan te geven.
    3. c.Om losliggende gevaren van beperkte afmeting aan te geven.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 7

    Antwoord B: Om ankerplaatsen en oefen- of visserijgebieden aan te geven.

    Geel met een geel liggend kruis is de bijzondere markering uit bijlage 8, 4. Die is niet in de eerste plaats voor de navigatie bedoeld, maar duidt een gebied of voorwerp aan, bijvoorbeeld ankerplaatsen en oefen- en visserijgebieden. Losliggende gevaren van beperkte afmeting krijgen de markering van een afzonderlijk gevaar (6.2). Het midden of het diepste gedeelte van een vaarwater wordt aangegeven met de markering van veilig vaarwater (6.3).

  8. Vraag 8

    Langs de linkerzijde van een betond vaarwater ligt een groene, spitse boei. Het kenteken bestaat uit de beginletters van het vaarwater en een nummer. Wat voor nummer is dat volgens bijlage 8 van het BPR?

    1. a.Een willekeurig nummer, bijvoorbeeld V 4 of V 5.
    2. b.Een even nummer, bijvoorbeeld V 4.
    3. c.Een oneven nummer, bijvoorbeeld V 5.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 8

    Antwoord C: Een oneven nummer, bijvoorbeeld V 5.

    Bijlage 8, 2.1.2 geeft voor de linkerzijde van het vaarwater als kenteken de beginletters van de naam van het vaarwater en een oneven nummering, bijvoorbeeld V 3 of V 5. De rechterzijde heeft volgens 2.1.1 juist een even nummering, bijvoorbeeld HD 4. Een willekeurig nummer past dus niet. Deze regel gaat over de markering van het vaarwater; voor oevermarkering noemt de bron een opeenvolgende nummering, onafhankelijk van de kleur.

Klaar met deze 8 vragen?

Test je kennis in een volledig oefenexamen: 40 vragen in 60 minuten, over alle onderwerpen van het examen. Je uitslag bekijk je met volledige toegang; wat dat kost, zie je voordat je begint.

Start oefenexamen 1

Veelgestelde vragen en bronnen

Is een rode boei altijd bakboord?

Nee. In het BPR markeert rood de vaste rechterzijde van het vaarwater. Op een rivier wordt die zijde bepaald door stroomafwaarts te kijken. Vaar je stroomafwaarts, dan ligt de rode zijde rechts van je schip; vaar je stroomopwaarts, dan ligt diezelfde zijde links. Jouw vaarrichting verandert de rechteroever niet.

Wat is het verschil tussen een cardinale boei en een laterale boei?

Laterale markeringen geven de rechter- of linkerzijde van een vaarwater aan volgens een vaste kijkrichting. Cardinale markeringen geven met een kompasrichting aan langs welke zijde je ze moet passeren. Hun naam, bijvoorbeeld noordcardinaal, noemt die zijde.

Mag ik vlak langs een markering voor afzonderlijk gevaar varen?

De markering geeft een beperkt gevaar aan dat op voldoende afstand rondom passeerbaar is. Rondom passeerbaar betekent niet dat vlak langs de boei veilig is. Bijlage 8 noemt hier geen universele afstand in meters.

Heeft een rood-witte boei voor veilig vaarwater een rode bol?

In het BPR-gebied wordt de rood-wit verticaal gestreepte markering voor veilig vaarwater zonder topteken toegepast. Dat onderscheidt haar van de scheidingsmarkering. Pas deze BPR-beschrijving niet zonder controle toe op een ander betonningsstelsel.

Waar deze uitleg op steunt

De officiële bron is BPR bijlage 8. De uitleg is door Examenzaal opgesteld; de tekeningen tonen gekozen uitvoeringen van de beschreven markeringen. De bronkoppelingen hieronder verwijzen naar de gebruikte tekstversie van 17 juni 2026.

Zie je een fout of een onduidelijke uitleg? Laat het ons weten en vermeld het onderwerp of vraagnummer. Lees ook hoe ons oefenmateriaal wordt gemaakt en gecontroleerd.

Oefen ook de volledige examenopbouw

Betonning is één onderdeel. Bekijk bij Klein Vaarbewijs 1 de andere examenonderdelen, de tijd en de puntentelling. Je uitslag bekijk je met volledige toegang; wat dat kost, zie je voordat je aan een oefenexamen begint.