Naar de inhoud
ExamenzaalStart oefenexamen

Dagmerken voor je vaarbewijs: bollen, kegels en ruiten

Dagmerken laten overdag een bijzondere toestand of activiteit van een schip zien. Let op de vorm, kleur, volgorde en situatie. Eén zwarte bol betekent iets anders dan twee zwarte bollen; een bol-ruit-bol is weer een ander teken.

Leer een teken samen met zijn voorwaarden. De zwarte kegel bij een schip onder zeil gaat bijvoorbeeld over gelijktijdig gebruik van de motor voor voortbeweging. De zwarte bol bij stilliggen kent voorwaarden en uitzonderingen.

Deze gids behandelt de genoemde BPR-regels. Controleer voor je vaargebied welk reglement geldt; dit is geen volledige navigatiehandleiding.

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: .

Vergelijk de vorm en de volgorde

BPR artikel 3.04 noemt cilinders, bollen, kegels en ruiten. De tekens mogen niet vervuild zijn en de kleuren mogen niet verbleekt zijn. Voor kleine schepen zijn kleinere afmetingen toegestaan in verhouding tot het schip, zolang een goede zichtbaarheid verzekerd blijft.

De tekeningen zijn schematisch en niet op schaal. Leer vooral welk teken in de beschreven situatie hoort. De tekeningen van verticale reeksen lees je van boven naar beneden.

  • Zeil én motor: kegel omlaag

    Schematische weergave van het beschreven dagteken; de vormen staan van boven naar beneden.

    Een klein schip dat onder zeil vaart en tegelijk zijn mechanische middelen voor voortbeweging gebruikt, voert overdag een zwarte kegel met de punt naar beneden. Alleen een aanwezige maar ongebruikte motor is niet die situatie.

  • Stilliggend zonder verbinding met de oever: bol

    Schematische weergave van het beschreven dagteken; de vormen staan van boven naar beneden.

    Een klein schip, behalve een bijboot, voert in de situatie van artikel 3.20 lid 4 overdag een zwarte bol als het niet direct of indirect aan de oever gemeerd ligt. Lid 5 bevat uitzonderingen; lees die voordat je er een algemene regel van maakt.

  • Onmanoeuvreerbaar: twee bollen

    Schematische weergave van het beschreven dagteken; de vormen staan van boven naar beneden.

    Een schip dat onmanoeuvreerbaar wordt kan dit zo nodig met twee zwarte bollen boven elkaar kenbaar maken. Artikel 3.18 noemt ook de mogelijkheid van een heen en weer gezwaaide rode vlag.

  • Beperkt uitwijken door werk: bol-ruit-bol

    Schematische weergave van het beschreven dagteken; de vormen staan van boven naar beneden.

    Voor een varend schip dat door werkzaamheden in het vaarwater beperkt kan uitwijken en daardoor een gevaarlijke situatie kan veroorzaken, schrijft artikel 3.34 onder meer een zwarte bol, ruit en bol voor. Dit is niet hetzelfde als onmanoeuvreerbaar worden.

De ankerbol: kijk naar de volledige situatie

Bij een klein schip dat stilligt zonder direct of indirect aan de oever gemeerd te zijn, hoort volgens artikel 3.20 lid 4 overdag een zwarte bol. De bol moet op een geschikte plaats van alle zijden zichtbaar zijn. De bijboot is in dit lid uitgezonderd.

Artikel 3.20 lid 5 noemt situaties waarin de daar bedoelde tekens niet gevoerd hoeven te worden, waaronder een veilige ligplaats en bepaalde door de bevoegde autoriteit aangewezen situaties. Ga er daarom niet van uit dat iedere boot bij iedere stop een bol moet voeren. Een schip dat alleen even geen vaart door het water heeft, is bovendien niet automatisch stilliggend in de betekenis van het BPR.

Werkzaamheden: vorm én kleur bepalen de betekenis

Bij een in bedrijf zijnd drijvend werktuig of een schip dat werken, peilingen of metingen verricht, beschrijft artikel 3.25 tekens voor de vrije en niet-vrije zijde. In één uitvoering staat aan de vrije zijde een verticale rij van twee groene ruiten en aan de niet-vrije zijde een rode bol.

Hetzelfde artikel kent een andere uitvoering als bescherming tegen hinderlijke waterbeweging wordt gevraagd. Artikel 3.34 heeft daarnaast zijn eigen aanvullende tekens als de doorvaart niet aan beide zijden vrij is. Meng die uitvoeringen niet: “ruit” zonder kleur en context is geen volledige betekenis.

Drie verschillen om bewust te oefenen

Vergelijk één bol met twee bollen: de situatie bij stilliggen is niet dezelfde als onmanoeuvreerbaarheid. Vergelijk daarna twee bollen met bol-ruit-bol: bij het laatste teken bepaalt het werk in het vaarwater mede de toepasselijke regel.

Kijk ook naar de kleur. Een gele ruit op een varend passagiersschip met een romplengte onder 20 meter is een ander teken dan de zwarte ruit in bol-ruit-bol. Artikel 3.15 kent voor dat passagiersschip bovendien de mogelijkheid van een door de bevoegde autoriteit aangewezen uitzondering.

Oefenvragen met uitleg

Bedenk eerst je antwoord en open daarna de uitleg. Deze korte zelfcontrole voorspelt niet of je slaagt voor het officiële examen.

  1. Vraag 1

    Een klein schip vaart onder zeil en gebruikt tegelijkertijd zijn motor voor voortbeweging. Welk dagteken schrijft artikel 3.13 lid 7 voor?

    1. a.Een zwarte kegel met de punt omlaag.
    2. b.Een zwarte bol.
    3. c.Een zwarte kegel met de punt omhoog.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 1

    Antwoord A: Een zwarte kegel met de punt omlaag.

    Artikel 3.13 lid 7 schrijft voor deze combinatie een zwarte kegel met de punt naar beneden voor. Een bol en een kegel met de punt omhoog zijn niet het voorgeschreven teken voor gelijktijdig zeilen en mechanische voortbeweging.

  2. Vraag 2

    Een klein schip vaart uitsluitend onder zeil. De motor is aanwezig maar wordt niet gebruikt. Ontstaat alleen door de aanwezigheid van die motor de plicht uit artikel 3.13 lid 7 om een zwarte kegel te voeren?

    1. a.Ja, maar alleen als de motor brandstof aan boord heeft.
    2. b.Ja, elke zeilboot met een ingebouwde motor voert die kegel.
    3. c.Nee, het lid vereist gelijktijdige mechanische voortbeweging.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 2

    Antwoord C: Nee, het lid vereist gelijktijdige mechanische voortbeweging.

    Het lid noemt een klein schip dat onder zeil vaart en tegelijkertijd zijn mechanische middelen tot voortbeweging gebruikt. Alleen een aanwezige motor voldoet niet aan die voorwaarde. Brandstof aan boord verandert dat criterium niet.

  3. Vraag 3

    Een klein schip ligt overdag ten anker zonder direct of indirect aan de oever gemeerd te zijn. Het is geen bijboot en geen uitzondering uit artikel 3.20 lid 5 is van toepassing. Welk dagteken hoort bij lid 4?

    1. a.Een zwarte cilinder.
    2. b.Een zwarte ruit.
    3. c.Een zwarte bol.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 3

    Antwoord C: Een zwarte bol.

    Artikel 3.20 lid 4 onder b schrijft in deze situatie een zwarte bol voor op een geschikte plaats waar die van alle zijden zichtbaar is. De vraag sluit de bijboot en de uitzonderingen van lid 5 uit. Een ruit of cilinder is hier niet voorgeschreven.

  4. Vraag 4

    Een schip wordt onmanoeuvreerbaar en kiest voor de bollen uit artikel 3.18 om dat overdag zo nodig kenbaar te maken. Welke combinatie gebruikt het?

    1. a.Twee zwarte bollen boven elkaar.
    2. b.Eén zwarte bol.
    3. c.Drie zwarte bollen naast elkaar.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 4

    Antwoord A: Twee zwarte bollen boven elkaar.

    Artikel 3.18 noemt twee zwarte bollen in een verticale lijn met ongeveer één meter tussenruimte. Het artikel kent ook een rode vlag als alternatief; de vraag kiest uitdrukkelijk voor de uitvoering met bollen.

  5. Vraag 5

    Welk teken uit artikel 3.34 lid 1 onder b is hier schematisch afgebeeld?

    Een schematisch schip met de afgebeelde vormen boven elkaar.
    1. a.Twee bollen in een verticale lijn.
    2. b.Bol, ruit en bol in een verticale lijn.
    3. c.Ruit, bol en ruit in een verticale lijn.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 5

    Antwoord B: Bol, ruit en bol in een verticale lijn.

    De afbeelding toont van boven naar beneden een zwarte bol, een zwarte ruit en een zwarte bol. Artikel 3.34 lid 1 onder b schrijft deze combinatie voor in de daar beschreven situatie van beperkte uitwijkmogelijkheden door werkzaamheden. De andere reeksen zijn anders.

  6. Vraag 6

    Een in bedrijf zijnd drijvend werktuig voert overdag de tekens uit artikel 3.25 lid 1 onder a en b. Welk teken geeft in die uitvoering de vrije doorvaartzijde aan?

    1. a.Eén rode bol.
    2. b.Twee groene ruiten.
    3. c.Twee zwarte bollen.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 6

    Antwoord B: Twee groene ruiten.

    Artikel 3.25 lid 1 onder a noemt aan de vrije zijde twee groene ruiten in een verticale lijn. Onder b staat aan de niet-vrije zijde een rode bol. De vraag betreft deze specifieke uitvoering, niet de alternatieve uitvoering met rood-witte borden.

  7. Vraag 7

    Een varend passagiersschip heeft een romplengte van 18 meter. Er geldt geen door de bevoegde autoriteit aangewezen uitzondering op artikel 3.15. Welk dagteken schrijft dat artikel voor?

    1. a.Een gele ruit.
    2. b.Een zwarte bol.
    3. c.Een rode kegel.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 7

    Antwoord A: Een gele ruit.

    Artikel 3.15 lid 1 schrijft voor een varend passagiersschip met een romplengte van minder dan 20 meter een gele ruit voor. Lid 2 maakt uitzonderingen op aangewezen vaarwegen mogelijk; de vraag sluit die uit. De kleur is dus essentieel.

  8. Vraag 8

    Mag een klein schip volgens artikel 3.04 lid 4 kleinere dagmerken gebruiken dan de standaardafmetingen uit lid 3?

    1. a.Ja, de zichtbaarheid speelt daarbij geen rol.
    2. b.Nee, voor alle schepen gelden exact dezelfde afmetingen.
    3. c.Ja, in verhouding tot het schip en nog goed zichtbaar.
    Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 8

    Antwoord C: Ja, in verhouding tot het schip en nog goed zichtbaar.

    Lid 4 staat voor kleine schepen kleinere voorwerpen toe die in verhouding staan tot hun grootte. Goede zichtbaarheid moet in ieder geval verzekerd zijn. Zowel een absoluut verbod op kleinere maten als het loslaten van zichtbaarheid is onjuist.

Klaar met deze 8 vragen?

Test je kennis in een volledig oefenexamen: 40 vragen in 60 minuten, over alle onderwerpen van het examen. Je uitslag bekijk je met volledige toegang; wat dat kost, zie je voordat je begint.

Start oefenexamen 1

Veelgestelde vragen

Moet een zeilboot met een motor aan boord altijd een kegel voeren?

Nee. De regel van artikel 3.13 lid 7 gaat over een klein schip dat onder zeil vaart en tegelijkertijd mechanische voortbeweging gebruikt.

Zijn bol-ruit-bol en twee bollen hetzelfde?

Nee. Artikel 3.34 beschrijft bol-ruit-bol bij de daar genoemde beperking door werkzaamheden. Artikel 3.18 beschrijft onder meer twee bollen bij onmanoeuvreerbaar worden.

Zijn de tekeningen op ware grootte?

Nee. Ze vergelijken de vorm en volgorde; de afmetingen en plaatsingsvoorwaarden staan in de betreffende BPR-artikelen.

Deze uitleg is door Examenzaal opgesteld. We gebruiken de tekstversie van het BPR van 17 juni 2026. Examenzaal is een onafhankelijke aanbieder van oefenmateriaal. Lees hoe ons materiaal wordt gecontroleerd. Zie je een fout? Meld die aan ons.

Bereid je voor op het volledige oefenexamen

Maak een volledig oefenexamen met 40 vragen in CBR-formaat, of bekijk eerst de examenopbouw. Je uitslag bekijk je met volledige toegang; wat dat kost, zie je voordat je begint.