Voorbereiden op Klein Vaarbewijs 1: waar de punten zitten
Het theorie-examen Klein Vaarbewijs 1 heeft 40 vragen en duurt 60 minuten. De vragen zijn samen 80 punten waard en je bent geslaagd bij 56 punten of meer, dus 70%. Zo staat het in de toetsmatrijs van het CBR.
Niet elke vraag telt even zwaar. Weet je waar de punten zitten, dan weet je ook wat je het eerst oefent.
Deze gids volgt het examendocument Klein Vaarbewijs 1 van het CBR (toetsmatrijs met ingangsdatum 1 januari 2020). Examenzaal is een onafhankelijke aanbieder van oefenmateriaal en geen onderdeel van het CBR.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: .
Zo is het examen opgebouwd
De toetsmatrijs verdeelt het examen in vier onderdelen. Het grootste deel gaat over de regels op het water: wetten, het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Rijnvaartpolitiereglement (RPR).
Elk vraagnummer gaat over een vast onderwerp en is een vast aantal punten waard: 1, 2 of 3.
| Onderdeel | Vragen | Punten |
|---|---|---|
| A. Wettelijke bepalingen (wetten, BPR, RPR) | 18 | 35 |
| B. Motor en veiligheidsmaatregelen | 5 | 12 |
| C. Waterwegen en weer | 9 | 16 |
| D. Varen en manoeuvreren | 8 | 17 |
| Totaal | 40 | 80 |
Negen vragen van 3 punten
Negen vragen zijn 3 punten waard, samen 27 van de 80 punten. Vijf daarvan gaan over vaarregels: vier over de vaarregels van het BPR en één over de vaarregels van het RPR. Dat is alleen al 15 punten.
De andere vier vragen van 3 punten gaan over brandpreventie en brandbestrijding, veiligheid met gas aan boord, het berekenen van vaarwegdiepte en brughoogte, en aanleggen, wegvaren en keren met een boegschroef.
Een volgorde die werkt
Begin met de vaarregels en voorrang: daar zitten de meeste punten. Neem daarna de onderwerpen die je moet herkennen: lichten, dagtekens, geluidsseinen, borden en betonning. Samen zijn dat zes vragen en 11 punten: minder per vraag, maar je herkent ze alleen als je ze geoefend hebt.
Maak daarna een volledig oefenexamen onder dezelfde omstandigheden als het echte: 40 vragen in 60 minuten, in één keer. Kijk na afloop per onderwerp waar je punten laat liggen en lees die uitleg opnieuw. Maak dan pas het volgende oefenexamen.
Het examendocument noemt geen aantal studie-uren. Hoe lang je nodig hebt, hangt af van wat je al weet en van je ervaring op het water.
Oefenen bij Examenzaal
Bij elk onderwerp hieronder staat een uitleg met een paar oefenvragen. Onze oefenexamens volgen dezelfde 40 vraagnummers, onderwerpen en punten als de toetsmatrijs. De uitslag van een oefenexamen, met je score per onderwerp, hoort bij de betaalde toegang; op de prijzenpagina lees je wat die inhoudt.
Op de examendag
Neem een geldig identiteitsbewijs mee. Kladpapier, een pen en een rekenmachine krijg je van het CBR. Je hebt maximaal 1 uur en ziet de uitslag direct na het examen op je scherm. Die rekenmachine is handig bij de vraag over vaarwegdiepte en brughoogte.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen mag ik fout hebben?
Dat hangt af van welke vragen. Je hebt 56 van de 80 punten nodig, dus je mag 24 punten missen. Mis je alleen vragen van 3 punten, dan zijn dat er 8; mis je alleen vragen van 2 punten, dan 12.
Zijn alle examens even moeilijk?
Elk examen volgt dezelfde toetsmatrijs: 40 vragen met per vraagnummer een vast onderwerp en een vast aantal punten. Welke vraag je binnen een onderwerp krijgt, verschilt per examen.
Waar staat de officiële examenstof?
In het examendocument Klein Vaarbewijs 1 van het CBR: het examenprogramma, de afbakening en de toetsmatrijs. De link staat bij de bronnen onderaan deze pagina.
Deze uitleg is door Examenzaal opgesteld. De CBR-informatie hebben we gecontroleerd op 22 oktober 2026. Examenzaal is een onafhankelijke aanbieder van oefenmateriaal. Lees hoe ons materiaal wordt gecontroleerd. Zie je een fout? Meld die aan ons.
Bereid je voor op het volledige oefenexamen
Maak een volledig oefenexamen met 40 vragen in CBR-formaat, of bekijk eerst de examenopbouw. Je uitslag bekijk je met volledige toegang; wat dat kost, zie je voordat je begint.