Geluidsseinen voor je vaarbewijs: korte en lange stoten
Bij geluidsseinen horen het aantal stoten, de duur en de situatie bij elkaar. Een korte stoot duurt ongeveer één seconde; een lange ongeveer vier seconden. Een reeks zeer korte stoten is weer een apart begrip.
De regels voor kleine schepen verschillen van die voor grote schepen. Leer daarom zowel het patroon als de vraag wanneer een klein schip dat sein moet of mag geven. Deze gids behandelt geselecteerde algemene seinen en de toelichting bij BPR bijlage 6.
Deze gids behandelt de genoemde BPR-regels. Controleer voor je vaargebied welk reglement geldt; dit is geen volledige navigatiehandleiding.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: .
Korte, lange en zeer korte stoten uit elkaar houden
De toelichting bij bijlage 6 geeft de tijdsduur bij de symbolen. Tussen twee opeenvolgende gewone stoten zit ongeveer één seconde. Bij een reeks zeer korte stoten zijn zowel de stoten als de tussenruimten veel korter.
Een reeks zeer korte stoten bestaat uit ten minste zes stoten van elk ongeveer een kwart seconde, met ongeveer een kwart seconde ertussen. Behandel dat niet als een willekeurig aantal gewone korte stoten. Een reeks klokslagen duurt volgens de toelichting ongeveer vier seconden.
| Onderdeel | Ongeveer |
|---|---|
| Korte stoot | 1 seconde |
| Lange stoot | 4 seconden |
| Zeer korte stoot | ¼ seconde |
| Pauze tussen gewone opeenvolgende stoten | 1 seconde |
| Pauze in een reeks zeer korte stoten | ¼ seconde |
| Reeks klokslagen | 4 seconden |
Vier algemene seinen vergelijken
De onderstaande patronen volgen de beeldtabel uit bijlage 6, afdeling A. De korte en lange blokjes zijn een visueel geheugensteuntje: de lange stoot heeft een andere duur dan de korte. De tekeningen maken geen geluid.
Verwar één lange stoot voor attentie ook niet met één korte stoot voor stuurboord uit.
Attentie
Eén lange stoot. Controleer ook wanneer een klein schip dit sein moet geven.
Ik ga stuurboord uit
Eén korte stoot. Stuurboord is de rechterzijde van het seinende schip, gezien in zijn voorwaartse richting.
Ik ga bakboord uit
Twee korte stoten. Bakboord hoort bij het seinende schip, niet bij jouw kijkrichting naar dat schip.
Ik sla achteruit
Drie korte stoten. Het sein zegt dat het schip achteruitslaat.
Wat moet en mag een klein schip geven?
Volgens BPR artikel 4.02 lid 2 moet een klein schip ter voorkoming van aanvaring zo nodig het attentiesein, het sein “Ik kan niet manoeuvreren” en zo nodig het noodsein uit afdeling A geven. Het artikel staat daarnaast zo nodig andere algemene seinen uit afdeling A en het mistsein uit afdeling G toe.
Lid 3 verbiedt kleine schepen de manoeuvreerseinen uit afdelingen B, C, D en E. Die afdelingsnamen zijn belangrijk: het verbod betekent niet dat elk sein dat een beweging aankondigt voor kleine schepen verboden is. De algemene seinen uit A hebben hun eigen regel in lid 2.
Leer dus niet alle tabellen alsof iedere boot ze op dezelfde manier toepast. Kijk eerst naar de afdeling, de categorie schip en de omstandigheden die het betreffende artikel noemt.
Oefen patroon, betekenis en toepasselijkheid apart
Begin met het lezen van een patroon zonder direct de naam erbij te bekijken. Benoem het aantal stoten en hun duur. Koppel er daarna de betekenis aan en controleer als derde stap de regels voor het betrokken schip.
De vragen hieronder toetsen zowel het tijdsverschil als het onderscheid tussen verplichte, toegestane en verboden seinen voor kleine schepen. Ze behandelen niet de volledige bijlage 6 en vervangen geen controle van de regels bij beperkt zicht of bijzondere manoeuvres.
Oefenvragen met uitleg
Bedenk eerst je antwoord en open daarna de uitleg. Deze korte zelfcontrole voorspelt niet of je slaagt voor het officiële examen.
Vraag 1
Hoe lang duurt een korte stoot volgens de toelichting bij BPR bijlage 6 ongeveer?
- a.Vier seconden.
- b.Een kwart seconde.
- c.Eén seconde.
Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 1
Antwoord C: Eén seconde.
De toelichting geeft voor een korte stoot ongeveer één seconde. Een kwart seconde hoort bij een zeer korte stoot; ongeveer vier seconden hoort bij een lange stoot. Het onderscheid is nodig om een patroon goed te lezen.
Vraag 2
Hoe lang duurt een lange stoot volgens de toelichting bij BPR bijlage 6 ongeveer?
- a.Vier seconden.
- b.Twee seconden.
- c.Eén seconde.
Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 2
Antwoord A: Vier seconden.
Een lange stoot duurt volgens de toelichting ongeveer vier seconden. Dat is niet ongeveer één seconde zoals de korte stoot en evenmin twee seconden. De genoemde tijden zijn richtduren, geen verschillende aantallen stoten.
Vraag 3
Wat is volgens de toelichting bij BPR bijlage 6 het minimumaantal stoten in een reeks zeer korte stoten?
- a.Twee stoten.
- b.Drie stoten.
- c.Zes stoten.
Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 3
Antwoord C: Zes stoten.
Een reeks zeer korte stoten bestaat uit ten minste zes stoten. Elke stoot en de tussenruimte duren ongeveer een kwart seconde. Twee of drie stoten voldoen dus niet aan de beschreven reeks.
Vraag 4
Welke tussenruimte hoort ongeveer bij twee opeenvolgende gewone korte of lange stoten, buiten een reeks zeer korte stoten?
- a.Een kwart seconde.
- b.Eén seconde.
- c.Vier seconden.
Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 4
Antwoord B: Eén seconde.
De toelichting noemt ongeveer één seconde tussen opeenvolgende gewone stoten. Bij een reeks zeer korte stoten is de tussenruimte ongeveer een kwart seconde. Vier seconden is de richtduur van één lange stoot, niet de gewone pauze.
Vraag 5
Hoe lang moet een reeks klokslagen volgens de toelichting bij BPR bijlage 6 ongeveer duren?
- a.Eén seconde.
- b.Een kwart seconde.
- c.Vier seconden.
Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 5
Antwoord C: Vier seconden.
De toelichting bepaalt dat een reeks klokslagen ongeveer vier seconden moet duren. Dat is de duur van de reeks, niet een voorschrift dat iedere afzonderlijke klokslag vier seconden duurt. De andere tijden horen bij andere onderdelen.
Vraag 6
Welke uitspraak over een klein schip en het attentiesein volgt uit artikel 4.02 lid 2?
- a.Het moet dit zo nodig ter voorkoming van aanvaring geven.
- b.Het moet dit sein bij elke koersverandering geven.
- c.Het mag dit sein onder geen enkele omstandigheid geven.
Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 6
Antwoord A: Het moet dit zo nodig ter voorkoming van aanvaring geven.
Artikel 4.02 lid 2 noemt het attentiesein bij de seinen die een klein schip ter voorkoming van aanvaring zo nodig moet geven. Dat is geen algemeen verbod en ook geen verplichting bij iedere koersverandering.
Vraag 7
Mag een klein schip volgens artikel 4.02 lid 3 de manoeuvreerseinen uit afdelingen B, C, D en E van bijlage 6 geven?
- a.Ja, als het ten minste drie korte stoten gebruikt.
- b.Nee, die afdelingen zijn voor kleine schepen verboden.
- c.Ja, als het schip langer is dan 10 meter.
Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 7
Antwoord B: Nee, die afdelingen zijn voor kleine schepen verboden.
Artikel 4.02 lid 3 verbiedt een klein schip de manoeuvreerseinen uit afdelingen B, C, D en E te geven. De genoemde lengte of het aantal stoten vormt geen uitzondering in dit lid. De algemene seinen uit afdeling A worden apart geregeld.
Vraag 8
Welke uitspraak over het mistsein uit afdeling G volgt voor een klein schip uit artikel 4.02 lid 2?
- a.Het is alleen op een havenligplaats toegestaan.
- b.Het is voor kleine schepen altijd verboden.
- c.Het mag zo nodig worden gegeven.
Bekijk antwoord en uitleg bij vraag 8
Antwoord C: Het mag zo nodig worden gegeven.
Artikel 4.02 lid 2 staat een klein schip toe zo nodig het mistsein uit afdeling G te geven. Het verbod op manoeuvreerseinen uit afdelingen B tot en met E maakt dat mistsein niet verboden. Een beperking tot havenligplaatsen staat hier niet.
Klaar met deze 8 vragen?
Test je kennis in een volledig oefenexamen: 40 vragen in 60 minuten, over alle onderwerpen van het examen. Je uitslag bekijk je met volledige toegang; wat dat kost, zie je voordat je begint.
Start oefenexamen 1Veelgestelde vragen
Is een lange stoot twee keer zo lang als een korte?
Nee. De genoemde richtduur is ongeveer vier seconden tegenover ongeveer één seconde.
Hoeveel stoten vormen een reeks zeer korte stoten?
Ten minste zes, elk ongeveer een kwart seconde met ongeveer een kwart seconde ertussen.
Mag een klein schip alle manoeuvreerseinen gebruiken?
Nee. Artikel 4.02 lid 3 verbiedt de manoeuvreerseinen uit afdelingen B, C, D en E. De algemene seinen uit A en het mistsein uit G worden apart geregeld.
Deze uitleg is door Examenzaal opgesteld. We gebruiken de tekstversie van het BPR van 17 juni 2026. Examenzaal is een onafhankelijke aanbieder van oefenmateriaal. Lees hoe ons materiaal wordt gecontroleerd. Zie je een fout? Meld die aan ons.
Bereid je voor op het volledige oefenexamen
Maak een volledig oefenexamen met 40 vragen in CBR-formaat, of bekijk eerst de examenopbouw. Je uitslag bekijk je met volledige toegang; wat dat kost, zie je voordat je begint.