Examen Klein Vaarbewijs 2: 27 vragen, 50 punten, examenkaart
Het theorie-examen Klein Vaarbewijs 2 van het CBR heeft 27 vragen en duurt maximaal 90 minuten. Samen zijn de vragen 50 punten waard; je bent geslaagd bij 35 punten of hoger (70%).
Je krijgt op het examen een examenkaart: een kaart van een vaargebied waarop je vragen over vaarroutes uitwerkt. Zelf neem je een hulpmiddel mee om vaarroutes te tekenen en een om afstanden te meten.
Deze gids vat de CBR-exameneisen Klein Vaarbewijs 2 (ingangsdatum 1 januari 2020) en de CBR-pagina's over het theorie-examen samen, gelezen op 22 en 24 oktober 2026. Examenzaal is een onafhankelijke aanbieder van oefenmateriaal en geen onderdeel van het CBR.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: .
Zo is het examen opgebouwd
Het examen heeft twee onderdelen: E, wettelijke bepalingen voor de ruime vaarwateren waarop vaarbewijs II wordt vereist (8 vragen), en F, navigatie (19 vragen). Een vraag is 1 tot 4 punten waard.
Voor Klein Vaarbewijs 2 doe je twee examens: ook het theorie-examen Klein Vaarbewijs 1. Volgens het CBR-examenprogramma omvat Klein Vaarbewijs 2 de eisen van KVB1 en daarnaast deze onderdelen.
- CBR – Exameneisen Klein Vaarbewijs 2: opbouw en cesuur (opent in een nieuw venster)
- CBR – Examendocument Klein Vaarbewijs 2: toetsmatrijs (opent in een nieuw venster)
- CBR – Exameneisen Klein Vaarbewijs 2: vragen en punten, onderdeel F (vraag 19–27) (opent in een nieuw venster)
- CBR – Stappenplan vaarbewijs recreatievaart halen (opent in een nieuw venster)
- CBR – Examendocument Klein Vaarbewijs 2: examenprogramma (opent in een nieuw venster)
Onderdeel E: de regels op het ruime water (8 vragen)
Bijna alle vragen van onderdeel E gaan over het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 (SRW). Vraag 1 gaat ook over het Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE) en het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT). Vraag 8 gaat over de vaarregels van het BPR op onder meer de Waddenzee, het IJsselmeer en het Markermeer.
| Vraag | Onderwerp | Punten |
|---|---|---|
| 1 | Toepassingsgebied SRW en SRE/BVA en aangrenzend BPR- en SRKGT-gebied | 1 |
| 2 | SRW: definities en verantwoordelijkheden | 1 |
| 3 | SRW: algemene bepalingen, redegebied en diverse artikelen | 1 |
| 4 | SRW: uitwijkbepalingen | 2 |
| 5 | SRW: lichten, dagmerken, geluidsseinen | 2 |
| 6 | SRW: lichten en dagmerken van kleine schepen | 2 |
| 7 | SRW: vaarregels kleine schepen | 2 |
| 8 | BPR: vaarregels op de Waddenzee, het IJsselmeer, het Markermeer, het IJmeer en de Oosterschelde | 2 |
- CBR – Exameneisen Klein Vaarbewijs 2: vragen en punten, onderdeel E (vraag 1–4) (opent in een nieuw venster)
- CBR – Exameneisen Klein Vaarbewijs 2: vragen en punten, onderdeel E (vraag 5–8) (opent in een nieuw venster)
- CBR – Exameneisen Klein Vaarbewijs 2: de reglementen van onderdeel E (opent in een nieuw venster)
Onderdeel F: navigatie (19 vragen)
Onderdeel F gaat over meteorologie, kaartlezen, betonning, getij, koersbepaling, GPS en kaartpassen. De vier kaartpasvragen op de Markermeer- en Waddenzee-kaart zijn samen 12 punten waard, bijna een kwart van het examen.
| Vraag | Onderwerp | Punten |
|---|---|---|
| 9–10 | Meteorologie: termen, druksystemen en fronten | 2 + 2 |
| 11 | Bronnen voor veilige vaart, bijvoorbeeld kaart, stroomatlas, gids, BaZ | 1 |
| 12–13 | Kaartlezen, kaarttekens | 1 + 1 |
| 14–15 | Betonning: cardinaal en overig | 1 + 1 |
| 16–18 | Getij algemeen (2×) en getij verticaal, berekeningen | 2 + 2 + 2 |
| 19–22 | Koersbepaling: algemeen en drie rekenvragen (KK > WK en WK > KK, met drift en met stroom) | 1 + 2 + 3 + 3 |
| 23 | GPS | 1 |
| 24–25 | Kaartpassen Markermeer: positiebepaling, koers, afstand, drift | 4 + 2 |
| 26–27 | Kaartpassen Waddenzee: positiebepaling, koers, afstand, drift | 4 + 2 |
Wat neem je mee?
Naast je reserveringsnummer en identiteitsbewijs neem je voor Klein Vaarbewijs 2 mee: een hulpmiddel om vaarroutes te tekenen (een koersplotter, geodriehoek of parallelliniaal) en een hulpmiddel om afstanden te meten (een scheepspasser of potloodpasser). De examenkaart krijg je van het CBR; die hoef je niet zelf mee te nemen. Kladpapier, een pen en een rekenmachine krijg je ook van het CBR.
Tijdens en na het examen
Je maakt het examen op een scherm. Naast meerkeuzevragen kun je bij Klein Vaarbewijs 2 een sleepvraag krijgen. Je kunt je antwoorden aanpassen zolang de tijd nog niet om is, en zelf naar de vorige of volgende vraag klikken.
Meteen na het examen zie je de uitslag op je scherm. Is je e-mailadres bij het CBR bekend, dan krijg je de uitslag ook per e-mail. De uitslag blijft altijd geldig.
- CBR – Nieuwe vraagsoorten in CCV theorie-examens: recreatievaart (opent in een nieuw venster)
- CBR – Hoe gaat het theorie-examen voor Klein vaarbewijs II (veelgestelde vraag) (opent in een nieuw venster)
- CBR – Hoe gaan de theorie-examens vaarbewijs: meenemen naar Klein vaarbewijs 2 (opent in een nieuw venster)
- CBR – Hoe gaan de theorie-examens vaarbewijs: op een scherm (opent in een nieuw venster)
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het examen Klein Vaarbewijs 2?
27 vragen, samen 50 punten. Je hebt maximaal 90 minuten en bent geslaagd bij 35 punten of hoger (70%).
Wat is de examenkaart?
Een kaart van een vaargebied die je op het examen van het CBR krijgt, en waarop je vragen over vaarroutes uitwerkt. Je hoeft zelf geen examenkaart mee te nemen.
Moet ik ook het examen Klein Vaarbewijs 1 doen?
Ja. Voor Klein Vaarbewijs 2 doe je volgens het CBR twee examens: de theorie-examens Klein Vaarbewijs 1 en Klein Vaarbewijs 2.
Deze uitleg is door Examenzaal opgesteld. De CBR-informatie hebben we gecontroleerd op 24 oktober 2026 en 22 oktober 2026. Examenzaal is een onafhankelijke aanbieder van oefenmateriaal. Lees hoe ons materiaal wordt gecontroleerd. Zie je een fout? Meld die aan ons.
Bereid je voor op het volledige oefenexamen
Maak een volledig oefenexamen met 27 vragen in CBR-formaat, of bekijk eerst de examenopbouw. Je uitslag (geslaagd of niet, je score en per vraag de uitleg) bekijk je na het inleveren met volledige toegang: € 19,95 incl. btw, eenmalig, geen abonnement.