Heb je een vaarbewijs nodig? Zo check je het
Of je een vaarbewijs nodig hebt, hangt vooral af van twee dingen: hoe lang je boot is en hoe snel hij met zijn eigen motor kan varen. Het Binnenvaartbesluit legt dat vast in artikel 16.
Hieronder staat per situatie wat de wet vraagt. Kies daarna de pagina die bij jouw boot past: sloep, waterscooter, zeilboot of speedboot, of lees vanaf welke leeftijd je mag sturen.
Deze pagina vat de regels samen uit het Binnenvaartbesluit, de Binnenvaartwet, de Binnenvaartregeling en het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) voor de Nederlandse binnenwateren. Twijfel je over jouw situatie, lees dan de wettekst via de bronlinks.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: .
Drie vragen om het te checken
Vaar je alleen op spierkracht, zoals met een roeiboot of kano? Dan heb je geen vaarbewijs nodig.
Is je boot korter dan 15 meter? Dan heb je een klein vaarbewijs nodig als hij met zijn eigen motor sneller dan 20 km per uur kan varen. Het gaat om wat de boot kan, niet om hoe snel je op dat moment vaart.
Is je boot 15 meter of langer? Een pleziervaartuig van 15 tot 25 meter vraagt minstens een klein vaarbewijs, en een schip van 15 tot 20 meter dat geen pleziervaartuig is ook. Voor schepen vanaf 20 meter die geen pleziervaartuig korter dan 25 meter zijn, geldt het zwaardere kwalificatiecertificaat schipper.
| Situatie | Wat je nodig hebt | Bron |
|---|---|---|
| Alleen spierkracht (roeiboot, kano) | Geen vaarbewijs | Binnenvaartbesluit art. 17 lid 1 onder a |
| Korter dan 15 m en kan niet sneller dan 20 km/u | Geen vaarbewijs volgens art. 16 (let op art. 14 lid 1 onder b–h) | Binnenvaartbesluit art. 16 lid 1 |
| Korter dan 15 m en kan sneller dan 20 km/u | Klein vaarbewijs | Binnenvaartbesluit art. 16 lid 1 onder d |
| Pleziervaartuig van 15 tot 25 m | Minstens een klein vaarbewijs (zie ook art. 14) | Binnenvaartbesluit art. 16 lid 1 onder b |
| Schip van 15 tot 20 m dat geen pleziervaartuig is | Klein vaarbewijs, tenzij art. 14 een zwaarder certificaat vraagt | Binnenvaartbesluit art. 16 lid 1 onder a |
| Schip van 20 m of langer, geen pleziervaartuig korter dan 25 m | Kwalificatiecertificaat schipper | Binnenvaartbesluit art. 14 lid 1 onder a en lid 3 |
Let op de uitzonderingen
Artikel 14 noemt schepen waarvoor het zwaardere kwalificatiecertificaat schipper nodig is, zoals passagiersschepen, bepaalde veerponten, schepen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en schepen waarvan lengte × breedte × diepgang samen ten minste 100 m³ is. De lengte-eis van 20 meter geldt niet voor pleziervaartuigen korter dan 25 meter, de andere gevallen wel. De gevallen onder b tot en met h van artikel 14 lid 1 kennen geen eigen lengtegrens. Ze kunnen dus ook gelden voor een boot korter dan 15 meter, bijvoorbeeld een passagiersschip. Voor sleep-, duw- en sleepduwboten korter dan 25 meter die alleen als pleziervaartuig worden gebruikt, geldt onderdeel f niet. Twijfel je, lees dan artikel 14 zelf na.
Ook zonder vaarbewijs moet wie stuurt daartoe bekwaam zijn, en gelden er minimumleeftijden. Die staan in artikel 1.09 van het BPR.
Klein vaarbewijs 1 of 2?
Voor rivieren, kanalen en meren volstaat het klein vaarbewijs voor rivieren, kanalen en meren: dat is Klein Vaarbewijs 1. Voor de overige binnenwateren, de wateren van maritieme aard, heb je het klein vaarbewijs voor alle binnenwateren nodig: Klein Vaarbewijs 2. Een van de onderwerpen van het examen voor het klein vaarbewijs I, volgens de Binnenvaartregeling, is: de wettelijke bepalingen voor de veiligheid van de vaart op rivieren, kanalen en meren.
Welke wateren van maritieme aard zijn, staat in artikel 7.11b van de Binnenvaartregeling: de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Eems, de Dollard, het IJsselmeer, het IJmeer en het Markermeer (zonder de Gouwzee).
Veelgestelde vragen
Telt de snelheid die ik vaar, of wat de boot kan?
Wat de boot kan. Artikel 16 spreekt over schepen die met hun eigen motor een snelheid van meer dan 20 km per uur kunnen bereiken. Langzaam varen met een snelle boot maakt het vaarbewijs dus niet overbodig.
Heb ik een vaarbewijs nodig voor een kano of roeiboot?
Nee. Voor schepen die uitsluitend door spierkracht worden voortbewogen is geen vaarbewijs vereist (Binnenvaartbesluit art. 17).
Mag ik zonder vaarbewijs varen als ik nog geen 18 ben?
Dat hangt van de boot af. Het BPR noemt minimumleeftijden: 12 jaar voor een klein open motorbootje korter dan 7 m dat niet meer dan 13 km/u kan, 16 jaar voor andere kleine motorschepen (geen snelle motorboot) en zeilschepen van 7 m of langer, en 18 jaar voor een snelle motorboot.
Deze uitleg is door Examenzaal opgesteld. We gebruiken de tekstversie van het BPR van 17 juni 2026 en het Binnenvaartbesluit van 1 juni 2025. Examenzaal is een onafhankelijke aanbieder van oefenmateriaal. Lees hoe ons materiaal wordt gecontroleerd. Zie je een fout? Meld die aan ons.
Bereid je voor op het volledige oefenexamen
Maak een volledig oefenexamen met 40 vragen in CBR-formaat, of bekijk eerst de examenopbouw. Voordat je begint, zie je wat toegang tot je uitslag kost.